Go Search

 Globale aanpak

Er zijn criteria ontwikkeld voor de keuze van de best bruikbare veilige grenswaarde bij het ontbreken van publieke waarden (of voor een betrouwbaarheidsrange) indien instituten een verschillende advieswaarde adviseren. Die zijn verwerkt in de leidraad en worden toegelicht in het beslisschema-document.

Afleiden van een grenswaarde

Indien voor een stof geen bestaande veilige grenswaarde beschikbaar is, dan is er een aantal gevalideerde methoden om een grenswaarde vast te stellen:

  • de holistische methode waarbij de (No-Observed Adverse) Effect Levels van alle toxicologische eindpunten wetenschappelijk worden gewogen;
  • de administratieve methode. Hierbij wordt de No-Observed Adverse Effect Level gevonden in dierexperimenten met een aantal vaste onzekerheidsfactoren omgezet tot een advieswaarde voor de Werkplek. Binnen het REACh Implementatie Project (RIP 3.2) wordt deze procedure verder uitgewerkt (DNEL);
  • de R-zinnen methode waarbij de relatie tussen grenswaarden en R-zinnen wordt gebruikt om een advieswaarde af te leiden. In Nederland ge├»ntroduceerd door DOHSBase. In het UK zijn met R-zinnen boven en ondergrenzen bepaald van de voorkomende grenswaarden ("control banding").
    De leidraad verwijst naar websites waar de deskundige documenten kan vinden voor het vaststellen van deze grenswaarden.

Speciale Stoffen

Voor kankerverwekkende stoffen geldt  dat, tenzij wetenschappelijk het tegendeel kan worden aangetoond, er aangenomen wordt dat er geen ondergrens (drempel) voor het kankerrisico bestaat (stochastisch, genotoxisch carcinogeen). De commissie Gezondheid en Beroepsmatige Blootstelling aan Stoffen (GBBS) van de Gezondheidsraad (GR) voor deze stoffen, indien mogelijk, op verzoek van de minister van SZW, de concentraties van deze stoffen in de lucht af die overeenkomen met een vooraf vastgesteld extra risico op sterfte aan kanker (4 x per 1.000 en 4 per 100.000 individuen) door beroepsmatige blootstelling gedurende het arbeidzame leven.
 

Het gaat hier om kankerverwekkende stoffen die door de GR of de EU zijn geclassificeerd in categorie 1A (stof is kankerverwekkend voor de mens) of 1B (stof moet worden beschouwd als kankerverwekkend voor de mens). De stoffen zijn kankerverwekkend via een stochastisch genotoxisch mechanisme.
Voor de afleiding gebruikt de commissie GBBS de Leidraad Berekening risicogetallen voor carcinogene stoffen van de GR.
 

De door de GR berekende waarde, die samenhangt met een extra kans op overlijden aan kanker van 4 per 1.000 (4x10 -3 ) bij 40 jaar beroepsmatige blootstelling is gelijk aan het door de subcommissie GSW bij haar haalbaarheidstoets gehanteerde verbodsrisiconiveau van 1 extra kans op overlijden op 10.000 (10 -4) per blootstellingsjaar bij 40 jaar beroepsmatige blootstelling.
 

De door de GR berekende waarde, die samenhangt met een extra kans op overlijden aan kanker van 4 per 100.000 (4x10 -5) bij 40 jaar beroepsmatige blootstelling is gelijk aan het door de subcommissie GSW bij haar haalbaarheidstoets gehanteerde streefrisiconiveau van 1 extra kans op overlijden op 1.000.000 (10 -6) per blootstellingsjaar bij 40 jaar beroepsmatige blootstelling.

 

Bij allergene stoffen leidt de GR een referentiewaarde af waarbij een werknemer en extra kans van 1 % heeft om gedurende zijn arbeidzame leven door beroepsmatige blootstelling gesensibiliseerd te raken ten opzichte van de kans hierop in de niet beroepsmatig blootgestelde algemene bevolking.

De leidraad gaat er vanuit dat de individuele ondernemer deze wettelijke regelingen kent.